Vezelrijk
Een mens kan niet zonder vezels in de voeding. Ze zijn noodzakelijk voor een goede stoelgang. En er is volgens de Gezondheidsraad zelfs overtuigend wetenschappelijk bewijs dat vezels helpen beschermen tegen hart- en vaatziekten. Diverse wetenschappelijke studies laten zien dat mensen die veel vezels uit granen binnenkrijgen, een lager risico hebben op een beroerte. Ook zijn er aanwijzingen dat mensen die vezelrijk eten een kleinere kans hebben op dikkedarmkanker.
Er zijn verschillende soorten vezels: oplosbare en onoplosbare vezels. Van de oplosbare vezel bètaglucan is bewezen dat het helpt het bloedglucosegehalte in het bloed te verlagen. Dat is gunstig voor mensen met diabetes (suikerziekte). Bovendien helpt bètaglucan het cholesterolgehalte in het bloed in evenwicht te houden. En dat is weer goed voor hart en bloedvaten.
Het lichaam kan vezels niet verteren. Vezels nemen in de darmen heel veel vocht op. Hierdoor wordt de ontlasting zacht en soepel. Ook zijn vezels een goede voedingsbodem voor bacteriën die we in onze darmen hebben. Deze bacteriën produceren stoffen die onze darmen prikkelen, waardoor we gemakkelijk naar het toilet kunnen.
Hoeveel vezels heb je nodig
In 2006 heeft de Gezondheidsraad het advies voor vezels verhoogd. Een volwassen persoon heeft dagelijks 30-40 gram vezels nodig. Dat is een behoorlijke hoeveelheid. Zeker als je je realiseert dat we gemiddeld slechts 20-25 gram vezels per dag binnenkrijgen. Malsovit helpt de nieuwe aanbeveling op een gemakkelijke manier te halen. Nieuwsgierig hoe? Klik dan hier. Als je benieuwd bent naar het vezelgehalte van andere producten, klik dan hier.